Zoekwoorden onderzoek is uitzoeken waar je klanten op zoeken voordat je iets schrijft. Niet hoe jij je dienst noemt, maar welke woorden zij intypen — en belangrijker nog: wat ze op dat moment willen weten.
Dat tweede is waar het meestal misgaat. Bedrijven verzamelen een lijst met termen en zoekvolumes, kiezen de hoogste, en schrijven daar een pagina op. Zes maanden later staat er niets. Het zoekwoord klopte; de bedoeling erachter niet.
Zoekintentie: de helft van het werk
Achter elk zoekwoord zit een bedoeling, en die bepaalt welk type pagina wint. Vier soorten:
- Informatief. “Wat is een canonical tag” — iemand wil begrijpen. Een uitlegartikel wint.
- Navigatie. “Symblings inloggen” — iemand zoekt een specifieke plek.
- Vergelijkend. “beste SEO tool” — iemand kiest. Een overzicht of vergelijking wint.
- Commercieel. “SEO bureau Utrecht” — iemand wil kopen. Een dienstpagina wint.
De praktische toets kost je dertig seconden: typ het zoekwoord in en kijk wat er staat. Tien uitlegartikelen? Dan wil Google daar uitleg. Zet je er een verkooppagina tegenover, dan verlies je voordat je begint — hoe goed die pagina verder ook is.
Waar je zoekwoorden vandaan haalt
Verzin ze niet, verzamel ze. Vijf bronnen die samen een compleet beeld geven:
- Je klanten. Welke vraag stelt iemand in het eerste gesprek, elke keer weer? Dat is je beste zoekwoord en je hebt het antwoord al.
- Google Search Console. Op welke termen verschijn je al zonder erop te sturen? Daar vindt Google je al bij passen.
- De zoekbalk zelf. Automatische aanvullingen en “mensen vragen ook” zijn werkelijke zoekopdrachten, geen schattingen.
- De Google Keyword Planner. Voor volume. Gratis met een Google Ads-account.
- Betaalde tools. Keyword Explorer van Ahrefs, SE Ranking of Semrush geven volume, moeilijkheid en wat je concurrent doet.
Volume, moeilijkheid en waarde
Drie cijfers per zoekwoord, en het derde staat in geen enkele tool.
Zoekvolume is het aantal zoekopdrachten per maand. Handig, maar het is een schatting en hij is grover dan hij lijkt — tools ronden af naar categorieën.
Zoekmoeilijkheid schat hoe zwaar het is om in de top tien te komen, meestal op basis van de sterkte van wie er nu staat. Ook dat komt niet van Google.
Waarde voor jou. Levert dit zoekwoord klanten op of alleen bezoekers? “Wat is SEO” heeft honderd keer meer volume dan “SEO bureau Utrecht” en levert vermoedelijk geen enkele aanvraag op. Dit cijfer moet je zelf invullen, en het is het enige dat er echt toe doet.
Long tail: minder volume, meer klanten
Long-tail zoekwoorden zijn langere, specifiekere zoekopdrachten. “Zoekwoorden onderzoek” tegenover “hoe doe ik zoekwoorden onderzoek voor een webshop”. Minder volume, minder concurrentie, en een zoeker die veel duidelijker weet wat hij wil.
Voor een MKB-bedrijf zit daar bijna altijd de winst. Je gaat niet winnen op “SEO”; je kunt wel winnen op de vijftig concrete vragen die daaronder hangen. Bij elkaar leveren die meer op dan de kop die je toch niet pakt.
Clusters in plaats van losse termen
Een zoekwoordenlijst is nog geen plan. Groepeer je termen in topic clusters: alles wat over hetzelfde onderwerp gaat bij elkaar, met één stevige pagina als kern en verdiepingen eromheen.
Dat lost meteen iets op waar veel sites last van hebben: twee pagina’s die op dezelfde term mikken en elkaar in de weg zitten. Eén term, één pagina — en de rest verbind je met interne links.
Het maakt content structureren bovendien eenvoudiger. Je bedenkt niet elke maand een nieuw onderwerp; je werkt een cluster af.
Zo pak je het aan, in vijf stappen
- Schrijf op wat je verkoopt. Per dienst één zin. Dat zijn je vertrekpunten.
- Verzamel breed. Haal uit alle vijf de bronnen alles op wat eromheen hangt. Filteren komt later.
- Bepaal per term de intentie. Typ hem in, kijk wat voor pagina’s er staan, noteer het type.
- Groepeer in clusters. Termen die dezelfde vraag stellen horen op één pagina.
- Kies waar je begint. Niet op volume, maar op de combinatie van haalbaarheid en waarde.
Een spreadsheet in Microsoft Excel of Google Sheets is genoeg. Kolommen: term, volume, intentie, cluster, bestaande pagina, prioriteit. Meer heb je niet nodig.
Wat je concurrent je verklapt
Sneller dan zelf verzinnen: kijk waarop de drie partijen boven je gevonden worden. Tools als Ahrefs of Semrush laten per domein zien op welke termen verkeer binnenkomt.
Wat je zoekt zijn niet hun beste termen — die zijn meestal onhaalbaar — maar de termen waarop zij matig scoren en jij nog niets doet. Een concurrent op positie acht met een dun artikel is een uitnodiging.
Kijk daarnaast naar wat ze níet hebben. In bijna elke markt zitten vragen die iedereen overslaat omdat ze te klein lijken. Bij elkaar vormen die vaak een compleet cluster.
Wat je met de uitkomst doet
Per cluster kijk je of je al een pagina hebt. Zo ja: past die bij de intentie, en beantwoordt hij de vraag beter dan wat er nu bovenaan staat? Zo nee: is dit cluster het waard om voor te schrijven?
Vaak levert die controle meer op dan de nieuwe stukken. Bestaande pagina’s die op de verkeerde intentie mikken of die twee clusters tegelijk bedienen, zijn met een middag herschrijven te repareren.
Wat er het vaakst misgaat
- Sturen op volume. De hoogste cijfers horen bij de breedste termen, en die zijn onhaalbaar én commercieel het minst waard.
- Intentie overslaan. De duurste fout, want je merkt hem pas na maanden.
- Twee pagina’s op één term. Dan kiest Google zelf, en meestal niet degene die jij wilde.
- Eenmalig doen. Zoekgedrag verandert. Een lijst uit 2023 mist alles wat sindsdien is opgekomen.
Wil je weten waar in jouw markt de vraag zit die je nu laat liggen? Stuur me je drie belangrijkste diensten, dan kijk ik in de zoekdata welke clusters open staan.
Wil je dat dit doorwerkt in je posities in Google? Lees dan hoe ik zoekmachineoptimalisatie aanpak.