Server-side tagging is een methode waarbij je meetgegevens van je website eerst naar een eigen server stuurt voordat ze worden doorgegeven aan tools zoals Google Analytics. Je plaatst de zware tracking scripts dus niet meer direct in de browser van je bezoeker, maar beheert de datastroom op een tussenstation.
Technische werking
- De browser van de bezoeker stuurt een simpel datapakket naar jouw eigen server-container. Dit is veel lichter dan het laden van tien verschillende externe scripts.
- De server-container ontvangt deze gegevens en filtert ze. Je bepaalt hier precies welke informatie relevant is en wat je weggooit voordat het verder gaat.
- De server zet de data om naar het juiste formaat voor de specifieke tool die je gebruikt. Je hoeft dit niet meer per tool in de browser te regelen.
- De server stuurt de opgeschoonde data via een API-verbinding door naar het eindstation, zoals Google Ads of Facebook.
Belangrijke begrippen
- Client-side tagging: De traditionele manier waarbij de browser van de bezoeker alle rekenwerk doet en direct communiceert met externe servers.
- Server container: Een aparte omgeving, vaak in Google Cloud, die fungeert als de verkeersleider voor al je meetgegevens.
- First-party domain: Een eigen subdomein (zoals metrics.example.nl) dat je koppelt aan je server-container, waardoor cookies minder snel worden geblokkeerd door browsers.
- API: De directe digitale koppeling tussen jouw server en de tool van de leverancier, waardoor je geen JavaScript-snippets in de voorkant van je site nodig hebt.
- HTTP request: Het verzoek dat de browser stuurt naar de server; bij server-side tagging is dit een gestroomlijnd pakketje in plaats van een zware scriptaanroep.


