Search everywhere optimization is het zichtbaar maken van je content op alle plekken waar mensen informatie zoeken. Denk hierbij aan Google, maar ook aan TikTok, YouTube, Amazon, Pinterest en de zoekfuncties binnen apps of webshops.
Technische werking
- Je brengt in kaart op welke platforms je doelgroep zoekopdrachten typt. Dit verschilt per product; iemand zoekt een nieuwe bank op Pinterest, maar technische software op Google.
- Je analyseert de zoekintentie per platform. Op TikTok zoeken mensen naar snelle visuele bewijzen of tips, terwijl ze op Google vaak op zoek zijn naar uitgebreide handleidingen of vergelijkingen.
- Je maakt content die past bij de specifieke indexering van dat platform. Voor Google gebruik je gestructureerde data, voor TikTok focus je op trefwoorden in de ondertitels en beschrijvingen.
- Je verbindt deze verspreide content via interne links of verwijzingen naar je eigen site. Zo zorg je dat het verkeer vanuit een social platform uiteindelijk bij je conversiepagina uitkomt.
- Je monitort de resultaten per kanaal om te zien waar de meeste kwalitatieve leads vandaan komen. Dit bepaalt waar je meer tijd in steekt en wat je laat vallen.
Belangrijke begrippen
Traditionele SEO
De focus ligt hier puur op zoekmachines zoals Google en Bing. Het draait om technische optimalisatie van je website, backlinks en het schrijven van teksten die aansluiten bij de algoritmes van deze zoekmachines.
Zoekintentie
De reden waarom iemand een zoekterm gebruikt. Er is een verschil tussen iemand die alleen wil weten hoe iets werkt (informatief) en iemand die direct een product wil kopen (transactioneel). Elk platform bedient een andere fase van deze intentie.
Platform-specifieke indexering
De manier waarop een app of social medium content sorteert. Waar Google kijkt naar autoriteit en tekstuele relevantie, kijkt TikTok vaak naar kijktijd en interactie om te bepalen welke video bovenaan komt te staan.
Referral traffic
Bezoekers die via een link op een extern platform naar je website komen. Bij search everywhere optimization is dit de belangrijkste graadmeter voor het succes van je strategie buiten Google.
Contextuele data
Informatie over de gebruiker die het zoekresultaat beïnvloedt. Denk aan locatie, eerdere zoekopdrachten binnen een app of de huidige trends op social media die bepalen wat er als relevant wordt gezien.
Praktijkvoorbeeld
Stel je een webshop voor die ergonomische bureaustoelen verkoopt op example.nl. In plaats van alleen te hopen op mensen die in Google zoeken naar bureaustoelen, spreid je de zichtbaarheid over drie kanalen.
Op YouTube maak je een video met de titel Hoe voorkom ik rugpijn tijdens het werken. In de beschrijving en tags gebruik je termen die mensen daar typen, niet alleen de productnaam. Op Pinterest plaats je infographics over de ideale zithouding met trefwoorden als kantoor styling en ergonomie. Op de eigen site zorg je dat de interne zoekfunctie synoniemen herkent, zodat iemand die zoekt op zithouding ook bij de stoelen uitkomt.
<script type="application/ld+json">
{
"@context": "https://schema.org/",
"@type": "Product",
"name": "ErgoChair Pro",
"description": "Bureaustoel voor rugklachten",
"brand": {
"@type": "Brand",
"name": "ExampleStore"
}
}
</script>
Je ziet nu dat de bezoeker via een TikTok-video over rugpijn op de site komt, via Pinterest voor inspiratie, en via Google voor de definitieve aankoop. De site is overal aanwezig in de klantreis.
Veelgemaakte fouten
- Dezelfde content overal kopiëren. Een tekst die perfect werkt voor een Google-artikel is veel te langdradig voor een TikTok-beschrijving. Je verliest de aandacht van de gebruiker als je geen rekening houdt met het medium.
- Alleen focussen op volume. Veel views op een social platform betekenen niet automatisch veel verkopen. Als de zoekintentie daar puur entertainment is, trek je verkeer aan dat nooit iets gaat kopen.
- Vergeten de interne zoekfunctie te testen. Je kunt buiten je site fantastisch scoren, maar als mensen op example.nl zoeken naar een product en er komt niets uit door een spelfout, ben je alles kwijt.
- Geen rekening houden met trefwoordverschillen. Mensen gebruiken op social media vaak andere taal dan in een zoekmachine. Ze zoeken naar tips of hacks, terwijl ze in Google zoeken naar handleidingen of reviews.
Wanneer wel of niet gebruiken
Gebruik deze aanpak als je product een visuele component heeft of als je doelgroep jonger is. Voor producten die mensen puur op basis van technische specificaties of prijs vergelijken, is Google vaak voldoende.
Kies voor deze strategie als je merkbewustzijn wilt vergroten. Het is een goede keuze wanneer je ziet dat concurrenten al veel interactie hebben op platforms als Instagram of YouTube, terwijl jij daar nog onzichtbaar bent.
Sla het over als je budget voor contentcreatie zeer beperkt is. Het kost veel tijd om voor elk platform aparte uitingen te maken; halfbakken content op vijf kanalen werkt slechter dan één perfecte site die top scoort in Google.
Controle en start
- Doe een inventarisatie van waar je klanten zich ophouden. Kijk in je huidige analytics naar welke referral bronnen al verkeer sturen en waar een gat valt.
- Test je eigen zoektermen op verschillende platforms. Typ je belangrijkste productnaam in op TikTok, YouTube en Amazon om te zien wie er nu bovenaan staat en welke termen zij gebruiken.
- Controleer de interne zoekfunctie van je website. Typ bewust fouten of synoniemen in om te zien of de juiste resultaten worden getoond.
- Koppel je content aan elkaar via een logische route. Zorg dat een video op YouTube altijd een directe link heeft naar de relevante productpagina op je site.
- Meet het resultaat via UTM-codes. Zo weet je precies of die ene Pinterest-pin ook echt zorgt voor conversies op je site.
Ondernemersstijfheid staat vaak in de weg: ze willen overal precies dezelfde boodschap zenden, terwijl elk platform zijn eigen taal spreekt. Het is als een menukaart in het Chinees vertalen; de woorden kloppen misschien, maar de toon is totaal anders.
Stop nu eens drie van je belangrijkste zoektermen in de zoekbalk van TikTok en YouTube om te zien welke content daar echt dominant is.