Make is een visueel platform waarmee je verschillende apps en softwareprogramma’s aan elkaar koppelt om taken automatisch uit te voeren. Je bouwt hiermee digitale werkstromen waarbij data van de ene plek naar de andere stroomt zonder dat je zelf code hoeft te schrijven.
Technische werking
- Je kiest een trigger, oftewel de gebeurtenis die de automatisering start. Dit kan een nieuwe e-mail zijn of een ingevuld formulier op je website.
- Je koppelt de betreffende applicaties via een API-verbinding aan Make. Hierdoor krijgt het platform toestemming om gegevens te lezen en te schrijven in je accounts.
- Je bouwt een scenario door modules achter elkaar te plaatsen. Elke module voert één specifieke actie uit, zoals het maken van een contactpersoon of het sturen van een bericht.
- Je stelt filters in om te bepalen welke data wel of niet door mag naar de volgende stap. Alleen leads uit Nederland gaan bijvoorbeeld door naar je CRM.
- Je activeert het scenario, waarna Make op de achtergrond continu controleert of de trigger is afgegaan.
Belangrijke begrippen
- Scenario: De volledige keten van modules die samen één automatisering vormen.
- Module: Een enkel blokje in je scenario dat een actie uitvoert voor één specifieke app.
- Webhook: Een directe melding van een andere app naar Make. Dit is sneller dan wanneer Make elke paar minuten moet controleren of er iets nieuws is gebeurd.
- Router: Een splitsing in je scenario. Hiermee stuur je data op basis van verschillende voorwaarden naar verschillende paden.
- Iterator: Een functie die een lijst met gegevens (zoals vijf bijlagen in een e-mail) opknipt in losse items om ze één voor één te verwerken.
- Aggregator: Het tegenovergestelde van een iterator; deze voegt losse datapunten weer samen tot één lijst of bestand.


