SEO-fouten bij het MKB zijn zelden één grote blunder. Het zijn er meestal zeven kleine — geen lokale SEO, een site die hijgt op mobiel, titels die nergens over gaan — die elk voor zich onschuldig lijken en samen je vindbaarheid onderuit halen.
“Wouter, ik doe toch alles goed? Ik heb een mooie site, ik post op LinkedIn, ik heb zelfs een SEO-plugin geïnstalleerd.” Een installatiebedrijf uit Amersfoort, vorige maand, oprecht verbaasd dat de telefoon niet ging. We keken samen in Google Search Console. Zijn belangrijkste dienst stond op pagina vier. Voor zijn eigen bedrijfsnaam scoorde hij netjes eerste — voor alles wat geld oplevert nergens.
Dat is het patroon. In de jaren dat ik websites bouw voor het MKB zie ik zelden één grote blunder. Ik zie zeven kleine, die elk voor zich onschuldig lijken en samen je hele online zichtbaarheid onderuit halen. Hieronder staan ze — niet als afvinklijst, maar met de reden waaróm bijna iedereen ze maakt. Want dat is waar de winst zit.
Fout 1: schrijven zonder te weten waar je klant op zoekt
De meeste MKB-sites zijn geschreven vanuit de ondernemer, niet vanuit de zoeker. Je noemt je dienst zoals jij hem noemt, en de klant typt iets heel anders. Jij verkoopt “duurzame gevelrenovatie”, hij zoekt “voegwerk laten doen prijs”. Twee werelden, nul overlap.
Waarom gebeurt dit? Omdat een zoekwoordenstrategie saai voelt en je site bouwen leuk. Dus sla je de stap over waarin je met de Google Keyword Planner of gewoon de zoeksuggesties uitzoekt op welke relevante zoekwoorden je klant echt afkomt. Zonder dat schrijf je in het luchtledige. Begin daar. Niet bij de tekst, bij het zoekgedrag.
Fout 2: lokale SEO laten liggen terwijl je klant om de hoek woont
Heb je een verzorgingsgebied — een stad, een regio, een straal van dertig kilometer — dan is lokale SEO geen extraatje maar je halve omzet. En toch is het vaak het eerste wat blijft liggen, omdat het onzichtbaar werk is dat pas maanden later iets oplevert.
Concreet mis je dan dit: een compleet Google Bedrijfsprofiel, je vermelding op Google Maps, en een stroom verse lokale beoordelingen die Google vertellen dat je bestaat en deugt. Bedrijven die dat wél op orde hebben, verschijnen in het kaartje bovenaan de lokale zoekresultaten. De rest kijkt ernaar. Dit is de goedkoopste winst die er is, en precies daarom zo zonde om te laten liggen.
Fout 3: een titel en omschrijving die niemand aanzetten tot klikken
Je title tag en meta descriptions zijn je etalage in de zoekresultaten. Ze bepalen of iemand klikt of doorscrollt. Toch laten veel MKB’ers ze leeg, of erger: overal hetzelfde. Google vult dan zelf maar iets in, meestal iets grijs en nietszeggends.
Sowieso zonde, want dit is vijf minuten werk per pagina. Zet in elke titel het zoekwoord vooraan en geef een reden om te klikken — een prijsindicatie, een belofte, een cijfer. Doe je het goed, dan pikt Google soms zelfs een Rich Snippet op en spring je er visueel uit tussen tien grijze resultaten.
Fout 4: een site die hijgt bij het laden
Een klant stuurde me zijn cijfers. “Mijn bezoekersaantal stijgt, maar niemand vraagt iets aan.” Eerste check: laadtijd. Vijf komma twee seconden op mobiel. Vijf. Elke seconde extra kost je gemiddeld zeven procent conversie — reken dat een keer door op je jaaromzet en je schrikt.
Google meet die traagheid mee via de Core Web Vitals, en een site die daarop zakt, zakt ook in de ranking. Draai je pagina één keer door Google PageSpeed Insights en je ziet precies waar het vastloopt: te zware afbeeldingen, meestal, of een thema dat veel te veel wil. Website snelheid is geen technisch detail. Het is het verschil tussen een klant die blijft en een die weg is voor je pagina geladen heeft.
Fout 5: de helft van je bezoek op mobiel in de steek laten
Meer dan zestig procent van je bezoek komt van een telefoon. En Google kijkt sinds mobile-first indexing ook eerst naar je mobiele versie — niet naar de nette desktopvariant waar jij trots op bent. Een site zonder fatsoenlijk responsive design verliest die bezoeker binnen drie seconden.
Test het zelf: pak je telefoon, open je site, en probeer je eigen contactformulier in te vullen. Lukt dat met één duim, zonder in te zoomen? Zo niet, dan weet je genoeg. Een goede mobiele ervaring is geen luxe meer, het is de standaard waarop je gemeten wordt.
Fout 6: geen autoriteit opbouwen, van binnen én van buiten
Twee dingen vertellen Google of je serieus bent. Van buiten: backlinks, links van andere sites die naar jou wijzen — de sportclub die je sponsort, het lokale nieuws, je branchevereniging. Van binnen: een heldere interne linkstructuur, waarbij je eigen pagina’s naar elkaar verwijzen en samen een onderwerp afdekken.
Dat laatste heet topical authority, en het is waar de meeste MKB-sites steken laten vallen. Losse blogjes die naar niets linken, een handvol broken links naar pagina’s die niet meer bestaan, geen interne links tussen wat bij elkaar hoort. Ruim dat op met een gratis crawl en je hebt in een middag meer gedaan dan een half jaar los bloggen.
Fout 7: content schrijven die niemand nodig had
De grootste fout, en de meest begrijpelijke. Je moet “iets met content doen”, dus je schrijft een stuk. Netjes, correct, en volstrekt inwisselbaar. Precies het soort tekst dat AI Overviews overslaan, omdat er niks in staat wat niet al tien keer ergens anders staat.
Goede Content SEO begint bij een echte vraag van een echte klant en beantwoordt die beter dan de rest. Voeg schema markup toe zodat Google je content begrijpt, en zorg dat elk stuk een doel heeft. Eén sterk artikel dat een vraag definitief beantwoordt, verslaat tien algemene stukjes die de lucht vullen.
Zo vind je je eigen zeven fouten
Je hoeft dit niet op gevoel te doen. Google Search Console laat zien op welke zoekwoorden je verschijnt en waar je blijft steken — dat is je startpunt. Google PageSpeed Insights geeft je snelheid, en een gratis crawl vindt je gebroken links en dubbele titels. Een middag meten levert je een lijstje op dat concreter is dan welk SEO-advies dan ook.
Benieuwd welke van deze zeven jóu de meeste klanten kost? Stuur me je site en je belangrijkste dienst, dan kijk ik in Search Console even mee waar de grootste lek zit — en of het iets is dat je zelf oplost of dat er echt werk aan de winkel is.