AI-beeldgeneratie is het maken van afbeeldingen door een beschrijving in te typen. Je schrijft wat je wilt zien — “een kapper die een klant knipt, warm licht, van opzij gefotografeerd” — en het systeem maakt het beeld. Geen fotoshoot, geen stockbank, geen ontwerper.
Voor marketing verandert dat vooral het middenstuk: het beeld dat je nodig hebt bij een blog, een socialpost of een landingspagina, waar je voorheen een stockfoto voor koos die net niet paste.
Hoe het werkt, in het kort
De modellen zijn getraind op honderden miljoenen afbeeldingen met bijschriften. Daardoor hebben ze geleerd welke woorden bij welke beeldkenmerken horen. Bij het genereren beginnen ze met ruis en halen die stap voor stap weg, tot er een beeld overblijft dat past bij jouw beschrijving.
Dat proces heet diffusie — vandaar de naam Stable Diffusion. Onderliggend zijn het neuronale netwerken, dezelfde familie techniek als achter taalmodellen, maar dan getraind op beeld in plaats van tekst.
Belangrijk gevolg: het model kopieert geen bestaande foto. Het produceert iets nieuws op basis van patronen. Dat is ook precies waarom het soms zes vingers tekent — het weet hoe een hand er ongeveer uitziet, niet dat er vijf vingers aan zitten.
De bekendste modellen
- Midjourney — sterk in sfeer en compositie, populair bij ontwerpers.
- DALL-E 3 — zit in ChatGPT, prettig omdat je in gewone taal kunt bijsturen.
- Nano Banana Pro — Googles model, uitzonderlijk goed in bestaande beelden aanpassen in plaats van nieuwe maken.
- Adobe Firefly — getraind op materiaal waarvoor Adobe de rechten heeft, en verwerkt in Photoshop via Generative Fill.
- Stable Diffusion van Stability AI — open, ook lokaal te draaien, meest instelbaar.
Voor de meeste bedrijven is de keuze minder belangrijk dan het lijkt. Het verschil in kwaliteit is klein geworden; het verschil in werkwijze niet.
Een bruikbare prompt schrijven
Hier zit het hele vak. Een vage beschrijving levert een vaag beeld op. Vier elementen die je expliciet maakt:
- Onderwerp. Wat of wie is er te zien, en wat doet die.
- Omgeving. Waar speelt het zich af.
- Beeldtaal. Fotografie of illustratie, van dichtbij of veraf, welk licht.
- Sfeer. Zakelijk, warm, rommelig, klinisch.
Zeg daarnaast wat je níet wilt. “Geen tekst in beeld” scheelt vaak drie pogingen, want tekst is nog altijd het zwakste punt van deze modellen.
En werk in rondes. Het eerste beeld is een startpunt: kijk wat er mis is, pas één ding aan, genereer opnieuw. Wie alles tegelijk probeert te sturen, stuurt niets.
Waar het misgaat
Handen en vingers, nog steeds. Tekst in beeld — logo’s, borden, verpakkingen — komt er zelden goed uit. Gezichten van bestaande personen mag je sowieso niet zomaar genereren. En de modellen hebben ingebakken voorkeuren: vraag je om “een directeur”, dan krijg je opvallend vaak dezelfde man in hetzelfde pak.
Dat laatste is geen technisch detail maar iets om bewust op te sturen. Wat er in de trainingsdata oververtegenwoordigd was, komt eruit als vanzelfsprekendheid.
Rechten en aansprakelijkheid
De juridische kant is minder uitgekristalliseerd dan de techniek. Drie dingen die je moet weten.
Auteursrecht op het resultaat. In Nederland en de meeste EU-landen ontstaat auteursrecht bij een menselijke creatieve keuze. Een beeld dat je met één zin genereert, valt daar waarschijnlijk buiten — je kunt het gebruiken, maar een ander mag dat mogelijk ook.
Rechten op de trainingsdata. Daar lopen rechtszaken over. Wil je dat risico niet, kies dan een model dat op gelicentieerd materiaal is getraind; Adobe biedt daar expliciete vrijwaring bij.
Transparantie. De EU AI Act vraagt dat AI-gegenereerd beeld herkenbaar is. De meeste modellen zetten inmiddels onzichtbare metadata in het bestand, maar de verantwoordelijkheid ligt bij jou.
Waar het wel en niet voor werkt
Goed bruikbaar: sfeerbeeld bij een blog, illustraties bij een uitleg, achtergronden, iconen, socialposts, en het uitbreiden of opschonen van bestaande foto’s.
Niet gebruiken voor: je eigen team, je pand, je producten, je klanten. Precies daar draait het bij vertrouwen om, en een gegenereerd beeld van een niet-bestaand kantoor valt op zodra iemand langskomt. Een middelmatige echte foto van jouw zaak verslaat een perfect gegenereerde die nergens over gaat.
Wat het betekent voor je website
Twee praktische punten die vaak vergeten worden.
Bestandsgrootte. Gegenereerde beelden komen er groot uit — soms meerdere megabytes. Verklein voor je uploadt, want laadtijd weegt zwaarder dan beeldkwaliteit.
Alt-tekst. Een gegenereerd beeld heeft net zo goed een beschrijving nodig, voor mensen die het niet zien en voor zoekmachines die het niet begrijpen. Beschrijf wat er staat, niet welke prompt je gebruikte.
Bestaand beeld bewerken
Dit is in de praktijk waardevoller dan nieuwe beelden maken, en het krijgt veel minder aandacht. Je hebt een foto van je eigen zaak die net niet werkt: een rommelige achtergrond, een verkeerde beeldverhouding, een bezorgde voorbijganger in de hoek.
Met Generative Fill in Photoshop of met Googles beeldmodel haal je dat weg of vul je het beeld aan tot het formaat dat je nodig hebt. Je houdt je eigen, echte foto — en lost alleen op wat er mis mee was. Voor bedrijfsbeeld is dat vrijwel altijd de betere route dan iets nieuws verzinnen.
Hoe je het inpast in je werkwijze
De valkuil is dat het zo makkelijk gaat dat je meer beelden maakt dan je nodig hebt. Een artikel met zes gegenereerde sfeerplaatjes leest niet beter dan een met één beeld dat iets uitlegt.
Bepaal daarom eerst wat een beeld moet doen. Iets verduidelijken? Dan is een schema vaak beter dan een foto. De pagina rustiger maken? Dan volstaat één beeld. Alleen omdat er iets moet staan? Dan kan het weg.
Waar je begint
Pak een blog waar nu een stockfoto bij staat die je nooit helemaal vond passen. Beschrijf in drie zinnen wat er wél op had moeten staan en genereer dat. Vergelijk de twee.
Dat is een concreter leermoment dan welke uitleg ook, en je ziet meteen waar de grens ligt tussen een beeld dat werkt en een beeld dat er alleen maar is.
Twijfel je of AI-beeld bij jouw merk past? Stuur me je site, dan kijk ik welk beeldgebruik je nu hebt en waar het wél en niet zou werken.