Linkbuilding is het verdienen van verwijzingen van andere websites naar de jouwe. Elke link is een stem: deze site vindt dat hier iets staat dat de moeite waard is. Google telt die stemmen, weegt ze naar wie ze uitbrengt, en gebruikt het resultaat om te bepalen wie er bovenaan staat.
Dat idee zit al sinds Google PageRank in het algoritme en is nooit weggegaan. Wat wel is veranderd: het aantal links doet er nauwelijks nog toe, de herkomst des te meer.
Waarom het werkt
Google kan niet zelf beoordelen of jij goed bent in je vak. Hij kan wel kijken wie er naar je verwijst. Tien verwijzingen vanuit je branche zeggen meer dan duizend van sites die voor niets anders bestaan dan links uitdelen.
Naast rankings levert het twee dingen op die je makkelijk vergeet: bezoekers die daadwerkelijk klikken, en zichtbaarheid bij mensen die je nog niet kenden. Een link vanaf een druk vakforum kan meer klanten opleveren dan drie posities stijgen.
Interne en externe links
Twee soorten, en de eerste wordt structureel onderschat. Interne links zijn verwijzingen tussen je eigen pagina’s. Die kun je vandaag aanleggen, ze kosten niets, en ze vertellen Google welke pagina’s bij elkaar horen en welke het belangrijkst zijn.
Externe linkbuilding is het verdienen van verwijzingen van anderen. Trager, lastiger, en niet iets wat je zelf in de hand hebt. Begin dus binnen: een site waarin de eigen pagina’s naar elkaar wijzen, haalt meer uit elke externe link die er daarna bij komt.
Hoe je links verdient
De vraag is niet “hoe kom ik aan links”, maar “waarom zou iemand naar mij verwijzen”. Zonder antwoord daarop wordt elke campagne trekken aan een dood paard.
Wat in de praktijk werkt voor het MKB, ongeveer in deze volgorde:
- Je bestaande netwerk. De sportclub die je sponsort, je leveranciers, je brancheorganisatie, de opdrachtgever die trots is op het resultaat. Vragen kost een mailtje en de slagingskans is hoger dan bij welke campagne ook.
- Iets maken dat het waard is. Eigen cijfers, een rekentool, een overzicht dat nergens anders staat. Content marketing die niets toevoegt, verdient ook niets.
- Gastbijdragen. Een echt stuk voor een vakblad of een bevriende site in je branche — geen linkruilnetwerk.
- Kapotte links vervangen. Je zoekt een dode verwijzing op een relevante pagina en biedt je eigen stuk aan als vervanger. Weinig glamour, hoge slagingskans.
- Lokale vermeldingen. Branchegidsen, de Kamer van Koophandel, het regionale nieuws. Zorg dat je bedrijfsnaam, adres en telefoonnummer overal identiek staan.
Wat je beter niet doet
Pakketten van duizend links voor tweehonderd euro. Die komen van link farms: netwerken van sites die alleen bestaan om links uit te delen. Google herkent dat patroon sinds de Google Penguin Update uit 2012, en de sancties zijn niet theoretisch. In het gunstigste geval doen ze niets; in het ongunstigste kost het je posities die je maanden kwijt bent.
Let ook op je ankerteksten. Staat er honderd keer exact je belangrijkste zoekwoord, dan is dat geen natuurlijk patroon maar een ingekocht patroon. Een gezond profiel bestaat vooral uit je merknaam, je URL en gewone omschrijvende zinnen.
Dofollow en nofollow
Een link kan de instructie meekrijgen om niet mee te tellen voor de ranking: nofollow. Die staat standaard op fora, in reacties en op de meeste sociale platformen. Een gewone link zonder die instructie heet in de wandelgangen dofollow.
Lang was de regel: alleen dofollow telt. Google behandelt de aanduiding sinds 2019 als hint in plaats van als bevel, en belangrijker: een nofollow-link levert nog steeds bezoekers, zichtbaarheid en een merkvermelding op. Een verwijzing vanaf een druk vakforum is meer waard dan een dofollow op een pagina die niemand bezoekt.
Kijken wat je concurrent doet
De snelste manier om te zien wat in jouw markt werkt: pak drie concurrenten die boven je staan en bekijk wie er naar hen verwijst. Dat kan met Ahrefs, Semrush of Moz. Je zoekt niet naar losse links maar naar patronen — komen ze uit brancheorganisaties, uit regionale media, uit vergelijkingssites?
Wat je daarna zoekt zijn de partijen die naar twee of drie van je concurrenten verwijzen, maar niet naar jou. Die hebben blijkbaar een reden om over dit onderwerp te schrijven en kennen jou nog niet. Dat is je lijstje.
Hoe je een link beoordeelt
Drie dingen tellen. Staat de link op een site die er in jouw onderwerp toe doet? Staat hij in de lopende tekst of onderaan bij honderd andere? En verwijst die site zelf naar iets van kwaliteit?
Voor het eerste bestaan meetwaarden als domein autoriteit van Moz en vergelijkbare scores van Ahrefs en Semrush. Geen van die getallen komt van Google — het zijn schattingen van derden. Gebruik ze om te vergelijken, niet als doel.
Onderhoud: de links die je al hebt
Dit deel slaat vrijwel iedereen over, en het is het goedkoopst. Verhuis je een pagina, zet er dan een 301 redirect op. Doe je dat niet, dan lopen alle verwijzingen naar die pagina dood en verdampt wat je had opgebouwd.
Controleer in Google Search Console welke pagina’s een 404 geven en of daar links naartoe wijzen. Eén middag opruimen levert soms meer op dan een kwartaal nieuwe links verdienen.
Wat het kost
Uitbesteden aan een externe partij kost al snel enkele honderden euro’s per maand, en dan koop je meestal tijd, geen links — iemand die de mails stuurt en de gastbijdragen schrijft.
Zelf doen is voor de meeste MKB-bedrijven realistischer dan het klinkt, want je eigen netwerk is je sterkste bron en dat kent een bureau niet. Tien gerichte mailtjes naar partijen waarmee je werkelijk iets te maken hebt, verslaan honderd koude verzoeken.
Hoe je meet of het werkt
Drie cijfers volstaan:
- Nieuwe verwijzende domeinen per maand. Groeit dat aantal, dan werkt je aanpak. Het aantal links zegt minder — honderd links van één site is één stem die honderd keer roept.
- Verwijzend verkeer in Google Analytics: leveren die links ook mensen op?
- Posities op je belangrijkste termen.
Reken op zes maanden voordat een campagne zichtbaar wordt in je posities. Precies die traagheid verklaart waarom de markt voor gekochte links zo groot is: de snelle optie voelt tastbaarder, ook al werkt hij niet.
Waar je begint
Niet met links. Begin met de vraag of je site het waard is om naar te verwijzen: staat de technische SEO op orde, is er iets te vinden dat nergens anders staat? Leg daarna je interne links aan — dat is gratis en het effect is direct meetbaar.
Pas dan naar buiten. Maak een lijst van twintig partijen in je branche die je zou willen noemen, en zoek uit waarom ze nu naar iemand anders verwijzen. Meestal is het antwoord simpeler dan je hoopt.
Benieuwd wie er nu naar jou verwijst — en of dat iets voorstelt? Stuur me je domein, dan draai ik een backlinkanalyse en zie je in één overzicht waar je staat.